De NOS spreekt in een video over drie opties voor je lichaam na de dood: cremeren, begraven of het afstaan aan de wetenschap. Er wordt gezegd dat al genoeg mensen de laatste optie (de wetenschap) kiezen en dat we voor nu wel even genoeg wetenschappelijk materiaal hebben. O ja?

Door Jamie van Velzen

In 1930 werd er in Nederland voor het eerst gesproken over de mogelijkheid om je lichaam af te staan aan de wetenschap, schrijft wetenschapshistorica Marloes Bontje in haar bachelorscriptie ‘Subjectum Anatomicum’. Dit kwam doordat er een tekort aan lichamen ontstond in Amsterdam. Overigens kwam dit niet doordat er te weinig mensen overleden, maar door een toename aan geneeskundestudenten.

Het aantal mensen dat ieder jaar zijn of haar lichaam afstaat aan de wetenschap, blijft maar groeien. Volgens antropoloog Sophie Bolt, gepromoveerd op lichaamsdonatie, komt dit doordat er veel bericht wordt in de media over deze optie na de dood. Het taboe dat vroeger op deze beslissing lag, verdwijnt hierdoor. Ook willen veel mensen wat terugdoen voor artsen en de artsen in opleiding, als dank voor de goede gezondheidszorg. Vergrijzing en ontkerkelijking zorgen ook voor meer donaties. ‘De ouders van nu zijn babyboomers, die maken vaak minder traditionele keuzes’, aldus Bolt tegen de Volkskrant.

Het lichaam van de overledene moet eerst worden overgebracht naar het ziekenhuis dat de persoon van tevoren heeft aangegeven. Vervolgens wordt het lichaam met 15 liter balsemvloeistof gebalsemd om ontbinding tegen te gaan. Daarna gaat het de koeling in, soms zelfs in delen. Het kan vaak nog jaren duren voordat een lichaam(deel) gebruikt wordt. Voor de nabestaanden kan een beslissing voor het doneren van je lichaam aan de wetenschap heel moeilijk zijn. Er moet binnen een dag na het overlijden afscheid worden genomen en er kan geen officiële crematie of begrafenis plaatsvinden, omdat zij het lichaam van hun dierbare na de donatie niet meer terugkrijgen.

90 procent van de lichamen is bedoeld voor onderwijsdoeleinden. Studenten kunnen op de lichamen oefenen met opereren en ze kunnen veel van het menselijke lichaam leren. 10 procent wordt gebruikt door chirurgen om nieuwe operatietechnieken uit te testen.

 

Hoeveel mensen doneren hun lichaam aan de wetenschap?

In ons land overlijden per jaar net geen 150.000 mensen, laten data van het CBS zien. De wetenschap heeft per jaar behoefte aan ongeveer 500 lichamen, al spreken andere bronnen van 650 of zelfs 750 lichamen. Dit is voor alle Nederlandse academische ziekenhuizen samen, negen stuks in totaal. Jaarlijks zijn er rond de 16.000 mensen geregistreerd voor een lichaamsdonatie (al bestaat ook hier een alternatieve bron, die spreekt van 20.000 mensen). In ieder geval neemt het aantal ieder jaar weer toe.

Mensen zich kunnen zowel voor een orgaandonatie als een lichaamsdonatie opgeven, alleen heeft de orgaandonatie wel voorrang, schrijft de Rijksoverheid voor. Sommige academische ziekenhuizen nemen het lichaam na een orgaantransplantatie nog aan, andere niet.

 

Is er een overschot?

Vanaf 2012 is er al een overschot aan lichamen voor de wetenschap. Sindsdien hebben enkele (universitaire) ziekenhuizen een tijdelijke stop op de aanmeldingen gezet, noteert het VUmc in Amsterdam. Het andere deel laat slechts een klein deel van de nieuwe aanmeldingen toe. Er kunnen dan leeftijdsgrenzen worden aangepast. De ziekenhuizen van Amsterdam nemen bijvoorbeeld alleen nog mensen aan die uit de buurt van de hoofdstad komen.

Dit heeft ook te maken met de versheid van het lichaam. Een lichaam moet namelijk binnen 24 uur naar het desbetreffende ziekenhuis worden gebracht om nog geldig te zijn als donatie, anders kan het worden geweigerd. Het lijk kan ook geweigerd worden als het niet meer in goede staat is, of wanneer de doodsoorzaak een besmettelijke ziekte is.

 

Conclusie: waar

Ondanks dat de ene bron wat anders zegt over het aantal lichamen dat de wetenschap nodig heeft en de hoeveelheid mensen die staan ingeschreven als lichaamsdonor dan de andere bron, is deze claim waar.