Voetbalrellen, een taalachterstand voor allochtone kinderen en factcheck tips van Bellingcat

Voetbalrellen, een taalachterstand voor allochtone kinderen en factcheck tips van Bellingcat

31 oktober 2018 0 Door Zoran Bogdanovic

Zelf factchecken? Dat kan vanuit je luie stoel

Dat was afgelopen week de boodschap van Elliot Higgins, oprichter van factcheck-organisatie Bellingcat tijdens het Impakt festival in Utrecht. Hij gaf enkele tips voor hen die zelf aan de slag willen met factchecken.

Haal meer uit Maps

Dat Google Streetview is een van de handigste manieren is om een plek terug te vinden, is bij menig persoon bekend. Maar wist je ook dat je met het klok-icoon (zie hieronder) dezelfde locatie kan zien op verschillende tijdstippen?

Dit is een handige manier om te checken wanneer gebouwen gebouwd of afgebroken zijn, maar in principe kan je er nog veel meer mee. Kijk maar naar het voorbeeld van George Papadopoulos, een zakenman en Trumps voormalige adviseur die tijdens het FBI-onderzoek naar de banden tussen Rusland en de Trump-campagne verhoord werd. Met een foto van zichzelf op Twitter claimde hij op 25 oktober 2017 in Londen te zijn, maar Bellingcat-factchecker Aric Toler kwam er via Google Streetview achter dat hij loog. Hoe? Een sticker die op een Londense lantaarnpaal op de foto te zien was, is tussen 2014 en 2015 weggehaald.

Een andere handige verrijking is dat je een vorm van een landschap die je op een video of foto ziet kan plakken op Google Earth. Dit kan je helpen om uiteindelijk de locatie te vinden die je zoekt. Dit gebruikten onder andere journalisten van BBC om de daders van de moorden op twee vrouwen en twee kinderen in een dorp in Kameroen te vinden.

Russische Google en Facebook

Ook is er de Echosec tool. Hiermee kan je zien welke foto’s en video’s er zijn gedeeld op praktisch elke plek in de wereld. Wil je meer weten over een voertuig, of de locatie ervan? World Licenes Plates kan je helpen. Deze tool werd gebruikt door factcheckers tijdens de mislukte coup in Turkije om te achterhalen bij welke divisie soldaten hoorden die een demonstrant doodschoten. Als je op zoek bent op iets via Google of Facebook en je kan het niet vinden, probeer dan de Russische versies: Yandex en Vkontakte.

Het valt wel mee, met die voetbalrellen

Na de rellen tussen supporters van Willem II en NAC afgelopen zondag zei de NOS-presentator dat het aantal voetbal-gerelateerde rellen “niet afneemt”. Voetbalcolumnist Sjoerd Mossou twijfelde of hij dat wel goed gehoord had. De laatste keer dat hij zich onveilig voelde in een stadion was in de jaren negentig, schreef hij in zijn column in het AD:

Wie met droge ogen suggereert dat voetbalgeweld in Nederland anno 2018 een groot en onbeheersbaar probleem is, praat flagrante onzin. Die heeft geen flauw benul. Of probeert goedkoop te scoren.

Mossou vind het overdreven dat RTL Nieuws, het NOS Journaal en ook Pauw zich zo druk maakten over de rellen. Om zijn argument sterker te maken, haalt hij de Grote Bosatlas van het Nederlandse Voetbal aan, geschreven door sporthistoricus Jurryt van de Vooren. Daarin staat dat voetbalvandalisme ene groter probleem was in de jaren 70 en 80 dan nu. Het aantal incidenten is afgenomen, evenals het aantal recidivisten. Ook daalt de politie-inzet en is de aanpak van vandalisme veel strenger en adequater.

En de cijfers van de politie bevestigen dat. In de laatste jaarverslagen (2015-2016 en 2017-2018) van de landelijke politie wordt er gesproken over een lichte daling in het aantal voetbalrellen. Incidenten gebeuren nog wel, maar die hebben vaak meer te maken met het afsteken van vuurwerk in voetbalstadions dan daadwerkelijke rellen of andere vertoningen van geweld.

Jong herkent feiten beter dan oud

Jonge Amerikanen slagen er vaker in feiten van meningen te onderscheiden, blijkt uit een onderzoek van Pew Research. Zo’n vijfduizend ondervraagden kregen tien stellingen: vijf feiten en vijf meningen. Ze moesten een onderscheid tussen de feiten en meningen maken. De 18 tot 49-jarigen scoorden beter dan de 50-plussers, zoals hieronder te zien is:

Volgens de onderzoekers ligt dit verschil aan twee dingen: jonge Amerikanen zijn over het algemeen minder gebonden aan een politieke partij – dus ook aan een politiek gekleurde kijk op onderwerpen – en ze kunnen beter overweg met het internet.

Van alle oudere ondervraagden wist slechts een kwart alle stellingen op de juiste manier te categoriseren. De groep 18-49 scoorde beter met 44 procent.

“Braziliaan gelooft nepnieuws van buurman eerder dan feiten in de krant”

De Braziliaanse presidentskandidaat Fernando Haddad van de Arbeiderspartij heeft zondag de verkiezingen verloren van zijn rechtse tegenstander Jair Bolsonaro. Wat misschien heeft bijgedragen aan deze uitslag is nepnieuws over Haddad. Zo zou hij kinderen op vroege leeftijd bij hun ouders willen weghalen en melkflesjes van baby’s hebben verspreid met een tuitje in de vorm van een penis om homoseksualiteit te promoten, schrijft de NOS.

Berichten als deze werden op Whatsapp vaak gedeeld. “Het is zo overduidelijk nep”, zegt NOS-correspondent Marc Bessems. “Maar mensen geloven het toch.” Volgens Besssems hebben sociale media een grote invloed op de verkiezingen vergeleken met traditionele media als radio en tv. “Je moet bedenken dat in 2014 en daarvoor de kandidaat met de meeste zendtijd voor politieke partijen op tv won. De partij die het grootst is, krijgt de meeste zendtijd. Dus daarmee was de uitslag op voorhand vaak al duidelijk.”

De sociale mediakandidaat

Bolsonaro wordt door bijna 10 miljoen mensen gevolgd op Facebook, Instagram en Twitter (let wel: een derde van zijn volgers op Facebook en Twitter zijn bots, aldus het Braziliaanse medium Poder). Dit tegenover de twee miljoen likes en follows voor Haddad. Deze populariteit op sociale media ging ook gepaard met veel nepnieuws over zijn tegenkandidaat.

De NOS sprak hierover met José Carlos Aguiar, docent Latijns-Amerikastudies aan de Universiteit Leiden. “Mensen geloven het hier eerder als iemand je iets doorstuurt op Facebook dan wanneer het wordt verteld in het journaal.” Volgens hem heeft dit te maken met het Braziliaanse verleden waarin mediabedrijven pas een vergunning kregen na het maken van politieke afspraken. NOS-correspondent Bessems ziet dit ook: “Het is typisch Braziliaans om je buurman meer te vertrouwen dan een krant, zegt hij. En als die buurman dan dus nepnieuws verspreidt, gelooft iemand dat eerder dan wanneer de krant de feiten presenteert.”

NRC checkt: “Wie voor zijn vierde geen Nederlands spreekt, haalt achterstand nooit meer in”

Deze uitspraak maakte VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff tijdens de aflevering van Pauw op 20 september. Hij had het hierbij over wijken waar ruim de helft van de bewoners een niet-westerse achtergrond heeft en het opleidingsniveau laag is. Naast het strenger aanpakken van criminaliteit in zulke wijken wil hij dat ouders verplicht worden om hun kinderen Nederlands te leren voor hun vierde. “Als je wacht tot ze  vier zijn, dan komen ze op school, dan spreken ze geen Nederlands, dan hebben ze een achterstand ze de rest van hun leven niet meer inhalen.” De NRC checkte of dit klopt.

Drie bronnen

De voorlichter van Dijkhoff voorziet de NRC van drie bronnen. Zo schreef het CBS in 2014:

Als thuis geen Nederlands gesproken wordt, staan leerlingen er al aan het einde van het basisonderwijs slechter voor dan gemiddeld.

Twee jaar later staat in het Jaarrapport integratie dat bassischoolleerlingen van Turkse en Marokkaanse komaf meer moeite hebben met de taaltoets dan autochtone leerlingen. Ook gaan leerlingen met een niet-westerse achtergrond vaker naar het vmbo.

Ten slotte staat in een adviesrapport van de Onderwijsraad uit 2010:

De ontwikkeling van kinderen op jonge leeftijd is van grote invloed op hun verdere leven. Tussen hun tweede en zesde jaar verwerven kinderen taal- en communicatieve vaardigheden.

De makers van het rapport pleiten voor een “pedagogisch aanbod voor alle driejarigen”. Interessant, schrijft de NRC. Maar hiermee is Dijkhoffs mening nog niet onderbouwd.

Als sponsjes

Want lopen de kinderen die voor hun vierde geen Nederlands spreken nou een overkomelijke taalachterstand op? Een Amerikaans onderzoek, uitgevoerd onder honderdduizenden mensen, toont aan dat mensen die voor hun zeventiende in aanraking komen met Engels goed kunnen beoordelen of zinnen grammaticaal kloppen. Kinderen zijn immers ‘sponsjes’ die veel en snel kunnen leren.

Maar kunnen mensen die een nieuwe taal leren dan ook zonder accent praten? De Zweed Kenneth Hyltenstam heeft dit onderzocht en mailde met het NRC. Volgens hem kan een meerderheid van de kinderen een nieuwe taal leren zonder dat iemand kan merken dat het niet hun moedertaal is: “Een kleine minderheid zal een klein accent houden.”

Wel is het belangrijk voor kinderen die Nederlands als tweede taal moeten leren dat ze veel en goed Nederlands horen, zegt de Utrechtse hoogleraar Elma Blom tegen het NRC. “Dan kun je na je vierde native speaker worden.” Alsnog is er voor kinderen met een buitenlandse achtergrond een verhoogd risico op een taalachterstand. “Die kans is groter als de ouders zelf een lage opleiding hebben. Ook speelt mee hoeveel ze zich bemoeien met school.”

Grotendeels onwaar